Menu Zoek Bel ons Direct juridische advies
< terug naar Personeel

Ouders en recht (22): Heeft een vader altijd recht op omgang?

Particulieren wonen
Redactie JuroFoon

Door: Redactie JuroFoon

Geplaatst op: 13 aug 2008

Particulieren wonen

Scheiden

Achtergrond
In artikel 8 lid 1 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) is het recht op eerbiediging van het privé-, familie- en gezinsleven (family life) neergelegd. Op grond van dit artikel heeft bijvoorbeeld een biologische vader, ook al heeft hij zijn kind niet erkend, recht op omgang met zijn kind, indien hij tot het kind in een betrekking staat die aangemerkt moet worden als family life (8 EVRM). Het enkele feit dat de vader het kind heeft verwekt, is onvoldoende om die nauwe persoonlijke band tussen vader en kind aan te nemen. Voor het aantonen van deze band is van belang of de biologische vader en de moeder langere tijd in gezinsverband hebben samengeleefd. Daarnaast is de frequentie van de contacten van belang.

Waarheidsvinding
Eén van de lastige punten in dit soort personen- en familierechtzaken is waarheidsvinding. Kort gezegd, wie moet de rechter geloven als het op de ‘feiten’ aankomt. In de volgende zaak bijvoorbeeld twistten de vader en moeder zelfs over de omstandigheid of de vader bij de geboorte van het kindje aanwezig was. Vader zegt van wel, moeder zegt van niet.

De zaak
De vader wilde de omgang met zijn 3-jarig kind afdwingen, omdat de moeder die omgang niet in het belang van hun kindje achtte. De moeder meende daar goede gronden voor te hebben. De moeder kon de omgang afwijzen omdat zij het gezag had over het kindje en de man het kind niet had erkend. De vader had zijn verzoek al aan de rechtbank voorgelegd maar deze had de omgang afgewezen. De vader ging daarom in beroep bij het gerechtshof.

Standpunt van de vader
De vader betoogde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat er geen sprake was van een nauwe persoonlijke betrekking tussen hem en het kind. Ten onrechte was er te weinig waarde gehecht aan de omstandigheden waaronder de vader en de moeder met elkaar omgingen en de overmachtsituatie waarin de vader verkeerde. Hij was in de veronderstelling dat de vrouw weer een relatie met hem wilde. De man was aanwezig geweest bij de geboorte van en daarna had hij zijn kindje één keer gezien. Verdere omgang wilde de moeder niet. Hij betwistte dat hij de moeder had bedreigd en dat hij het kindje zou willen ontvoeren. De twee contacten en de pogingen tot contact, mede gezien in het licht van de leeftijd van het kindje, kunnen daarom gezien worden als een nauwe persoonlijke betrekking. De vader diende dan ook ontvankelijk te worden verklaard. Het vonnis van de rechtbank zou in strijd zijn met artikel 8 EVRM. In het belang van het kindje zou daarom een omgangsregeling vastgesteld moeten worden, omdat de vader anders volledig uit beeld raakt.

Standpunt van de moeder
De moeder verzocht de rechter om de man niet-ontvankelijk te verklaren. De moeder stelde dat de rechtbank op goede gronden had geoordeeld dat de man onvoldoende bijkomende omstandigheden heeft gesteld en aannemelijk gemaakt die kunnen leiden tot de conclusie dat er sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking. Gedurende de zwangerschap van de vrouw was de man op geen enkele wijze bij haar betrokken geweest en bij de geboorte was hij niet aanwezig. Na de geboorte zijn er tussen de vader en het kindje slechts twee incidentele kortdurende contacten geweest. De moeder betwistte dat zij de omgang tussen het kindje en hem frustreert. Zij had hem van de geboorte op de hoogte gesteld en daarna was de vader heel even op bezoek geweest, had een aantal foto's gemaakt en was daarna vertrokken. De moeder had diverse malen geprobeerd tot contact te komen tussen de vader en het kindje, maar dit was tevergeefs. Volgens de moeder had de vader enkel bedreigingen, beledigingen en desinteresse aan haar adres geuit, waarmee hij schade had toegebracht aan de vrouw en het kindje. Uiteindelijk heeft zij besloten het contact met de vader voorgoed te verbreken en heeft zij alle inspanningen om een omgang tussen vader en kind tot stand te brengen, gestaakt.

Het hof
Het hof stelde voorop dat de ontvankelijkheid van het verzoek tot omgang afhankelijk is van de vraag of de verzoeker in een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind staat. Op grond van vaste jurisprudentie betekent dit dat de man (zijnde de niet-juridische ouder), naast het biologische vaderschap, ook bijkomende omstandigheden moet stellen waaruit voortvloeit dat er tussen hem en het kind een nauwe persoonlijke betrekking bestaat of een band die kan worden aangemerkt als family life in de zin van artikel 8 EVRM.

Feiten
Het hof zette voor zichzelf eerst de ‘feiten’ op een rij. Uit de zaak bleek dat de man en de vrouw langere tijd bevriend waren. Op een bepaald moment is deze vriendschap kortstondig een affectieve relatie geworden. Gedurende deze periode is de vrouw zwanger geraakt. De relatie is vervolgens beëindigd. De man stond op dat moment niet achter de zwangerschap. Tijdens de zwangerschap van de vrouw hebben partijen geen contact met elkaar gehad, alhoewel de vrouw dit wel getracht heeft. De man heeft, na de bevalling, het kindje bezocht. Vervolgens heeft de man nog eenmaal contact gehad met het kindje. Voor het overige heeft de vader geen blijk gegeven van enige interesse in en betrokkenheid bij het kindje, zowel voor als na de geboorte.

Conclusie
Het hof was van oordeel, gezien de feiten en omstandigheden, dat de vader niet aannemelijk had gemaakt dat er sprake was van bijkomende omstandigheden, waaruit kon blijken dat er tussen hem en het kind een nauwe persoonlijke betrekking bestaat of een band die kan worden aangemerkt als family life. De vader stond daarom niet in een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind en er bestond geen band tussen hem en het kind die kon worden aangemerkt als "family life" in de zin van artikel 8 EVRM. De rechtbank had het verzoek van de vader daarom terecht afgewezen, aldus het hof.

Wil je meer weten over de rechten en plichten van ouders, neem dan contact op met één van onze juristen.

Lees ook: Omgangsrecht van grootouders na echtscheiding 

Lees ook: Machtsspel omgangsregeling leidt tot werkstraf moeder

Begin nu met het freemium abonnement

Gratis starten

Stel je vraag of download handige voorbeelddocumenten - GRATIS

Bron: Gerechtshof Den Haag, 28 mei 2008, LJN: BD9521

reactiesreactie

Bram Broertjes |

Duis eget molestie libero. Duis vitae turpis sed augue elementum semper. Sed ut nibh sed purus quam, bibendum id urna eget, rhoncus posuere justo. Integer aliquet nunc ac massa rhoncus facilisis. Nam rhoncus leo a lectus gravida, vitae porttitor nibh bibendum. In lobortis bibendum sapien nec aliquet. In vitae turpis ultricies neque bibendum placerat. Proin bibendum rutrum fringilla.

Geef uw reactie

Meer artikelen over dit onderwerp

Gelijke rechten voor ongetrouwde ouder: erkenning en gezag in één keer regelen?

11 jul 2016

Redactie JuroFoon
Gelijke rechten voor ongetrouwde ouder: erkenning en gezag in één keer regelen?

Ongetrouwde ouders hebben binnenkort veel minder administratieve rompslomp, als het aan D66 ligt. De partij wil dat het makkelijker voor hen wordt om gezag en erkenning over hun kinderen te krijgen. Wat is hun...

Met je kind op vakantie? Denk aan goedkeuring van de andere ouder!

13 jun 2016

Redactie JuroFoon
Met je kind op vakantie? Denk aan goedkeuring van de andere ouder!

De vakantieperiode staat voor de deur en daarmee het moment voor ouders om voorbereidingen te treffen om met je kind op vakantie te gaan. Natuurlijk staat een eigen paspoort of identiteitskaart voor je kind op je...

Mijn kind (18+) werkt, moet ik nu nog alimentatie betalen?

20 mei 2016

Redactie JuroFoon
Mijn kind (18+) werkt, moet ik nu nog alimentatie betalen?

Wanneer jij en je ex-partner uit elkaar zijn, kan het zo zijn dat je als alimentatieplichtige ouder al een hele tijd kinderalimentatie betaalt. Maar wat als je oudste dochter van 19 jaar een baan heeft waarvan ze...